Burn-out: Feiten en fictie

De burn-out. Tegenwoordig hoor je het overal. Misschien heb je, terwijl je dit leest, zelf wel een burn-out. Of doe je nu het werk van je collega die met een burn-out thuis zit. De meeste van ons kennen wel iemand die een burn-out heeft (gehad). Sommige spreken zelfs van een burn-out epidemie.

Maar hoe zit het nu eigenlijk met de burn-out? Er gaan veel feiten en fictie over burn-out de ronde. Ik zet een aantal waarheden en onwaarheden voor je op een rijtje.

Een burn-out ontstaat altijd door werk: onwaar

Er bestaat verschillende definities voor de burn-out. Allemaal komen ze neer op mentale uitputting. Vroeger dachten we dat je alleen een burn-out kon krijgen als je te veel en te hard had gewerkt. Of als je je werk niet aankon. Zo’n veertig jaar geleden werd al gesproken over de burn-out, destijds betekende het inderdaad ‘uitputting als gevolg van werk’.

In de loop van de tijd is deze definitie steeds meer opgerekt. Meerdere oorzaken kunnen tot een burn-out leiden. Tegenwoordig zijn we het er dus over eens dat je ook door mantelzorg, hoge studiedruk, veel ruzies thuis of van de druk van een vloggersbestaan een burn-out kunt krijgen.

Eén op de 7 werknemers heeft een burn-out: onwaar

Soms wordt er in de populaire media wel eens gezegd dat 1 op de 7 werknemers een burn-out heeft. Dit klinkt best heftig, maar – gelukkig! – is de werkelijkheid iets genuanceerder.

Hoe het wel zit? Onderzoeksorganisatie TNO doet jaarlijks onderzoek naar arbeidsomstandigheden. In deze enquête wordt mensen gevraagd naar uiteenlopende klachten, waaronder ‘je leeg voelen na een werkdag’ of ‘je moe voelen bij opstaan’. Het klopt dat 14% van de werknemers klachten rapporteert die stressgerelateerd zijn.

Eén op de zeven heeft dus burn-outklachten. Dit is wat anders dan een echte burn-out. Burn-outklachten kunnen gelukkig snel weggaan. Bij een daadwerkelijke burn-out ben je echt wel voor langere tijd uitgeschakeld.

Het percentage van mensen met stressgerelateerde klachten is de laatste jaren iets gestegen, maar we kunnen nog niet spreken van een burn-out epidemie. Desondanks geven deze onderzoeksresultaten wel aan dat er daadwerkelijk een probleem is!

Als jonge vrouw in het onderwijs heb je de meeste kans op een burn-out: waar

Binnen bepaalde beroepsgroepen vallen meer burn-outs dan bij andere sectoren. De banen waarbij de meeste vermoeidheid en stressgerelateerde klachten wordt ervaren zijn in het onderwijs en de zorg. Wanneer we naar leeftijd en geslacht kijken zijn het vooral vrouwen onder de 36 jaar die de meeste klachten ervaren.

Vrouwen hebben vaker last van burn-out klachten (15%) dan mannen (9%). Ook hebben lageropgeleiden iets vaker burn-out klachten dan wetenschappelijk geschoolde werknemers (13 versus 9 procent). Waar de burn-out vroeger echt iets voor veertigers was, zien we nu de burn-out steeds meer onder dertigers en jonger voorkomen. Lees hier over de millennial burn-out.

Werkgerelateerde stressklachten zijn bovendien één van de belangrijkste redenen om iemand af te keuren door het UWV. Er is dus zeker wel wat aan de hand. Burn-out is geen aanstellerij!

Een overspannenheid kan uitmonden in een burn-out: waar

De medische wereld houdt ervan om klachten een labeltje te geven. Daarom zijn er (huisartsen)richtlijnen opgesteld. Je bent overspannen als je last hebt van ten minste drie van de volgende klachten:

  • Vermoeidheid
  • Slechte of onrustige slaap
  • Prikkelbaarheid
  • Niet tegen drukte/herrie kunnen
  • Emotioneel labiel zijn
  • Veel piekeren
  • Gevoel van gejaagdheid
  • Concentratieproblemen en/of vergeetachtigheid

Daarnaast moet je een gevoel hebben van onvermogen of machteloosheid om met de stressveroorzakers om te gaan. Dit kun je merken als het gevoel dat je de controle over je leven kwijt bent geraakt. Je dagelijks functioneren moet minstens de helft minder zijn dan normaal. Dat kan op het werk zijn, maar ook in het verkeer en in je thuissituatie.

Wanneer je overspannen klachten voor lange tijd aanwezig blijven gaat de overspannenheid over in een burn-out. Er wordt van een burn-out gesproken als deze klachten minimaal een half jaar aanwezig zijn en de vermoeidheid en lichamelijke uitputting op de voorgrond staan.

Een burn-out begint dus als stressklachten. Wanneer deze klachten steeds meer worden spreken we van overspannenheid. Loop je hier lang genoeg mee door dan ontwikkel je een burn-out.

Onthoud dat de hersteltijd hierbij ook evenredig meegroeit: hoe langer je met je klachten blijft rondlopen, hoe langer je nodig hebt om weer jezelf terug te vinden. Je hoeft dan ook niet tot een burn-out te wachten om iets aan je klachten te doen. 

De burn-out is echt iets van de laatste tijd: onwaar

Waar in 1981 al door psychologen over de burn-out werd gesproken, was de burn-out eind van de 19de eeuw al aanwezig. Toentertijd werd het ‘zenuwzwakte’ of ‘neurasthenie’ genoemd.

150 jaar geleden deden de trein en de telefoon hun intrede. Denk je eens in: dit veranderde de samenleving enorm! Waar we deze vorm van transport en communicatie tegenwoordig niet meer weg kunnen denken riep het destijds veel weerstand op. In die tijd van industriële ontwikkelingen ervoeren de mensen dus ook veel stress. Wij gewoonte-dieren kunnen eigenlijk niet zo goed tegen grote veranderingen. Nog steeds niet. De burn-out is dus een gevolg van ingrijpende maatschappelijke veranderingen.

Je kunt zelf iets doen om een burn-out te voorkomen: waar

In de huidige tijd van verregaande automatisering en digitale revolutie vinden we dat we altijd maar bereikbaar moeten zijn. We zoeken continu allerlei prikkels. En ja hoor, die prikkels komen in grote getale binnen. Tough job: al deze prikkels moet ons brein maar zien te verwerken.

Je kunt die prikkels zien als steeds weer nieuwe stressoren. Nu is ons systeem perfect gemaakt om met kortdurende, acute stress om te gaan. Alles voor de overleving! Dit was eeuwen geleden al zo bij het zien van een roofdier. Maar ook tegenwoordig wanneer er een auto met snelle vaart op je af komt rijden of wanneer je een melding van je mail of telefoon krijgt. In ons lichaam wordt alles op alles gezet voor fight-or-flight ofwel vechten-of-vluchten. Prima voor even, maar de chronische stress waar wij dag in, dag uit aan blootstaan kan ons brein en systeem niet zo goed aan.

Je eigen stressreactie heb je dus niet altijd in de hand. Die komt autonoom, oftewel, vanzelf. Maar het punt waar we zelf wel wat aan kunnen doen is je balans bewaken. We plannen onze dagen propvol, we willen oneindig veel en we zoeken zoveel (digitale) prikkels op. Prima en hartstikke leuk natuurlijk. Maar we vergeten in alle drukte ook even een moment van rust te nemen. Dat kan namelijk al door even 10 minuutjes op je adem te letten, te mediteren of een ontspannende oefening doen. Of gewoon even niet je telefoon erbij pakken als je op de trein staat te wachten of als je tafelgenoot naar het toilet is in een restaurant. Laat je brein maar even op ‘slaapstand’ gaan. Super belangrijk om alle binnengekomen info te verwerken en nieuwe verbindingen aan te leggen. En weer even tot rust te komen.

Als ik mijn cliënten vraag of ze hun burn-out hebben zien aankomen, antwoorden de meesten (achteraf) van wel. Het lijf geeft waarschuwingssignalen af. Luister daar dus goed naar. En ga de strijd met de informatie-hunkering aan. Dit is niet makkelijk. Daarom kan ik je daar als psycholoog bij helpen. Juist door op tijd aan de bel te trekken voorkom je dat je voor langere tijd uitgeschakeld bent. Lees hier meer over de behandeling van stress en burn-out.

Feiten en percentages die in dit artikel worden genoemd vinden hun bron in het Nationaal Salaris Onderzoek 2017 van Nyenrode Business Universiteit en vakblad Intermediair en de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO.

Add Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *